Margaritha

Lied 55 en 218

 

In ’t Monumentje moet je soms hard roepen, maar dan heb je ook wat. Margaritha houdt van muziek en de sfeer bij de Meezingbende. Ze geniet van haar dierbare herinneringen aan de nummers 55 en 218.

Onze dochter die in Amsterdam woont kwam al een tijdje met haar vriendinnen in ’t Monumentje. Ze dacht dat ik het vast leuk zou vinden om eens mee te gaan. Fantastisch leuk vind ik het, want wat daar gebeurt is heel uniek. Als je binnenkomt is het nog een gewoon café en op een gegeven moment gaan de lampen omhoog en in een mum van een tijd lijkt het een heel andere plek.

 

In 2015 was dat, om de dertigste verjaardag van mijn dochter te vieren zijn we toen opgetogen naar ’t Monumentje gegaan. Ik ben naar Manfred gelopen met het verzoek om ‘Lang zal ze leven’ te spelen. Samen hebben we toen gezongen, dat was al een feest! Ook de oma van mijn dochters vriend was meegekomen, die toen tachtig was. Op een barkruk zong ze uit volle borst mee, geweldig vond ze het. ‘Ja’ zei ze, ‘maar nu wil ik ook een verzoekje aanvragen’. ‘Het kleine café aan de haven’ wilde ze graag zingen, dat was echt haar lijflied. Ze heeft geroepen zo hard ze kon, maar je kan je voorstellen dat ze er vanaf de barkruk niet doorheen kwam met haar verzoek, dus is ze naar voren gestevend en heeft ze de band gevraagd of ze het wilden spelen. Toen het lukte was dat ontzettend leuk voor haar. Ze heeft dat lied altijd prachtig gevonden. Hoe ze zo op die kruk zat, te zingen en te zwaaien met haar armen, dat was zo geweldig. Ik heb er hele mooie foto’s van, het was erg bijzonder. Inmiddels is ze overleden, maar op late leeftijd heeft ze allerlei dingen in Amsterdam gedaan. Ze kon echt van alles genieten.

 

Ook over mijn eigen verzoeknummer, ‘Ben ik te min’ van Armand, heb ik een leuk verhaal. Via e-mail kwam vanuit de Meezingbende het verzoek om suggesties voor aanvullingen op het repertoire. Ook dat was in 2015, Armand was toen precies tien jaar overleden. En dat is gelukt! Ik heb het nummer nog vaak geroepen én gezongen. Je moet heel hard roepen en er gaan altijd veel mensen over je heen, maar als je een beetje geluk hebt dan roept diegene voor je met je mee.

 

Het lied is uit de tijd dat ik mijn man ontmoet heb, dat was in ’74. Inmiddels ben ik oma, maar ik ben nog steeds voor dit soort dingen in. Ik vind het geweldig, ik houd enorm van muziek! Het is echt een lied uit mijn jeugd, het is zo grappig om mee te zingen. Als je naar de tekst luistert en je komt uit de jaren ’70, dan kan je het je voorstellen dat het zo gegaan is, laat ik het zo zeggen. Zaken die nu zo onbelangrijk lijken, maar ik kon me helemaal voorstellen dat het in die tijd zo was.