171 De olieman heeft een Fordje opgedaan

Louis Davids
De olieman van ’t pleintje ging zijn radio verpanden
Hij was blasé van ’t goeie en verbrak de etherbanden
En toen met ome Jan zijn zeven tientjes in zijn handen
Had hij op ’t autokerkhof een vehikeltje gekocht
Een onecht kind van Ford vol builen deuken en hiaten.
In lang vervlogen tijden op de mensheid losgelaten
Dat zich met korte sprongen voorwaarts repte langs de straten
En hartverscheurend kermde als je remde voor de bocht
En als hij met zijn wagen door zijn eigen buurtje ging
Dan riep de hele buurt: Kijk uit, daar hè je Deterding

De Olieman heeft een Fordje opgedaan
Daar rijdt ie mee als een vorst door de Jordaan
Maar ’s avonds om tien uren is het uit met de pret want
dan stopt zijn vrouw de slinger onder het bed. Tuf, tuf, tuf

Op zeek’re zondagmorgen die het noodlot extra schikte.
Geviel het dat ook ma haar meer dan ongewone dikte
Etapsgewijze deel na deel in ’t wrak vehikel wrikte
Om met haar man en kroost een dag naar Bussum toe te gaan
Pa trachtte met den slinger ’s monsters ingewand te zoeken.
Maar ’t reageerde niet, het kreunde slechts in alle hoeken
En pa gaf de première van twee splinternieuwe vloeken
Omdat ma lijzig vroeg of ie misschien niet aan wou slaan
De buren gluurden door de ruit, van nijd waren ze groen
En zeien: Ja zo gaat het, als de mensen dik gaan doen

De Olieman heeft een Fordje opgedaan
Daar rijdt ie mee als een vorst door de Jordaan
Maar ’s avonds om tien uren is het uit met de pret want
dan stopt zijn vrouw de slinger onder het bed. Tuf, tuf, tuf

Pa wierp zich onder ’t voertuig en forceerde enk’le moeren.
Ma riep: Doe eerste je strikkie recht de buren staan te loeren
Pa vroeg beleefd maar kort of zij haar claxon niet wou roeren
En ging weer in de olie liggen met z’n goeie goed
Het kroost verpoosde zich door aan de handeltjes te knoeien
Zodat er diep in ’t mechanisme iets begon te loeien
Pa dreigde met zijn sleutel de familie uit te roeien
En ’t uitstapje te wijzigen in een begrafenisstoet
Maar ’t Fordje was gaan kuchen en het hoofd van het gezin riep:
Vrouw je kaken op mekaar Hou vast ik schakel in

De Olieman heeft een Fordje opgedaan
Daar rijdt ie mee als een vorst door de Jordaan
Maar ’s avonds om tien uren is het uit met de pret want
dan stopt zijn vrouw de slinger onder het bed. Tuf, tuf, tuf

’t Gedrocht liet plots een schreeuw of het er vreugde in ging krijgen
En trachtte eerst een onbeheerde handkar te bestijgen
Ma gilde: Me vergaan. Pa ging met demontering dreigen
Van haar en beider nakroost en dat maakte haar weer klein
Toen nam het beest zijn sidderende wieletjes tesamen en startte ten verderf
Verschrikte buurtgenoten kwamen naar buiten
Of ze keken eens misprijzend door de ramen
wie of er weer met zevenklappers speelde op het plein
Een wijze ouwe opa riep door het geknal verdoofd:
Dat ding rijdt naar z’n ondergang net als P.C. Hooft

De Olieman heeft een Fordje opgedaan
Daar rijdt ie mee als een vorst door de Jordaan
Maar ’s avonds om tien uren is het uit met de pret want
dan stopt zijn vrouw de slinger onder het bed. Tuf, tuf, tuf

Twee uur na dit gebeuren arriveerde er een wagen
Met paard voor Nelis deur en de verblijde buren zagen
Hoe ma met een gezwollen oog de trap werd opgedragen
Luidop onschone dingen zeggend over autosport
Daarachter man en kroost vol olie, wegenstof en deuken
De voerman van de kar bracht nog een baalzak in de keuken
Slechts hij die veel had gestudeerd in de tiendeel’ge breuken
Kon zien dat dit het afgekloven rif was van de Ford
De buren hadden hun revanche en glimlachten verblijd
En Nelis, als ie uitging hoorde nog een hele tijd:

De Olieman heeft een Fordje opgedaan
Daar rijdt ie mee als een vorst door de Jordaan
Maar ’s avonds om tien uren is het uit met de pret want
dan stopt zijn vrouw de slinger onder het bed. Tuf, tuf, tuf
© 1936 Tekst Jacques van Tol Muziek: Louis Davids