177 Als ik toch eens rijk was

Lex Goudsmit
Als ik toch ’ns rijk was
Dabbe-diebe-diebediebe dabbe-diebe-diebedom
Alle dagen biediebiedie-bom
Als ik toch eens rijk zou zijn
Niet zo hard meer werken
Dabbe-diebe-diebediebe dabbe-diebe-diebedom
Was ik maar een pietsiepietsie rijk
Deidel-diedel-deidel-deideldom

Ik bouwde prompt een huis met zeventig kamers
Vloeren bedekt met dik tapijt
Een glazen koepel dat voor een zee van licht
Drie mooie trappen waarvan een naar ’t dak
De tweede naar beneden leidt
De derde dient alleen maar voor ’t gezicht

Dan zouden op m’n erf de kippen en ganzen
Zingen in duizendvoudig koor
Snaterend, kakelend, gakkend zo hard als ’t kan
En al dat ’kwakwakwa kwekkwek, u-u-u’
Dat klonk als trompetten in je oor
Dan wisten ze: Daar woont een schatrijk man
Aijaijaijaijaij

Als ik toch ’ns rijk was
Dabbe-diebe-diebediebe dabbe-diebe-diebedom
Alle dagen biediebiedie-bom
Als ik toch eens rijk zou zijn
Niet zo hard meer werken
Dabbe-diebe-diebediebe dabbe-diebe-diebedom
Was ik maar een pietsiepietsie rijk
Deidel-diedel-deidel-deideldom

Ik zie m’n Golden al behangen met juwelen
En met een dubbele onderkin
Koeken bakken, al wat haar hart begeert
Ik zie haar trots als een pauw al wand’len door de straten
Ai, wat heeft dat mens ’t naar d’r zin
Als ze ’t hele huis tiraniseert

Als ik toch ’ns rijk was
Dabbe-diebe-diebediebe dabbe-diebe-diebedom
Alle dagen biediebiedie-bom
Als ik toch eens rijk zou zijn
Niet zo hard meer werken
Dabbe-diebe-diebediebe dabbe-diebe-diebedom

Heer, wie schiep de tijger en ’t hert
U bepaalde wie of wat ik werd
Maak ik van uw hemel een woestijn
Als…!
Als ik toch eens rijk zou zijn
© 1966 Oorspr. Fiddler on the roof Tekst: Sheldon Harnick Muziek: Jerry Bock. Nederlandse tekst: Emile Lopez