190 Avond

Boudewijn de Groot
Nu hoef je nooit je jas meer aan te trekken
En te hopen dat je licht het doet
Laat buiten de stormwind nu maar razen in het donker
Want binnen is het warm en licht en goed
Hand in hand naar buiten kijken waar de regen valt
Ik zie het vuur van hoop en twijfel
in je ogen en ik ken je diepste angst

Want je kunt niets zeker weten
En alles gaat voorbij
Maar ik geloof, ik geloof, ik geloof
Ik geloof, ik geloof in jou en mij

En als je ’s morgens opstaat ben ik bij je
En misschien heb ik al thee gezet
En als de zon schijnt buiten gaan we lopen door de duinen
En als het regent gaan we terug in bed
Uren langzaam wakker worden, zwevend
door de tijd, ik zie het licht door de gordijnen
en ik weet: Het verleden geeft geen zekerheid

Want je kunt niets zeker weten
En alles gaat voorbij
Maar ik geloof, ik geloof, ik geloof
Ik geloof, ik geloof in jou en mij
Ik geloof, ik geloof, ik geloof
Ik geloof, ik geloof in jou en mij



Ik doe de lichten uit en de kamer wordt nu donker
Een straatlantaarn buiten geeft wat licht
En de dingen in de kamer worden vrienden die gaan slapen
De stoelen staan te wachten op het ontbijt
En morgen word ik wakker met de geur van brood en honing
De glans van het gouden zonlicht in jouw haar
En de dingen in de kamer ik zeg ze welterusten
Vanavond gaan we slapen en morgen zien we wel
Maar de dingen in de kamer zouden levenloze dingen zijn
Zonder jou

En je kunt niets zeker weten want alles gaat voorbij
Maar ik geloof, ik geloof, ik geloof
ik geloof, ik geloof in jou en mij
Ik geloof, ik geloof, ik geloof
ik geloof, ik geloof in jou en mij
© 1973 Tekst: Lennaert Nijgh Muziek: Boudewijn de Groot Uitgebracht in 1997