191 Reisje langs de Rijn

Willy en Willeke Alberti
Laatst trokken we uit de loterij een aardig prijsje
’k Zei tot mijn vrienden: maak met mij een aardig reisje
Die wou naar Brussel of Parijs die weer naar Londen
Vooruit riep ik, we maken fijn een reisje langs de Rijn
In een wip, sakkerloot, zat ’t clubje op de boot

Ja zo’n reisje langs de Rijn, Rijn, Rijn
’s Avonds in de manenschijn, schijn, schijn
Met een lekker potje bier, bier, bier
Aan de zwier, zwier, zwier op de rivier, vier, vier
Zo’n reisje met een nieuwerwetse schuit schuit, schuit
Allemaal in de kajuit, juit, juit
’t Is zo deftig, ’t is zo fijn, fijn, fijn
Zo’n reisje langs de Rijn

Zo kwamen we met prachtig weer het eerst, bij Keulen
Mijn tante walste over ’t dek als een jong veulen
Opeens nam zij ’n harmonica en ging er aan trekken
En dadelijk zong kromme Teun: Deutschland, was bist du schön
Nichtje Saar, welk gevaar, riep hardop: Ik word zo naar

Ja zo’n reisje langs de Rijn, Rijn, Rijn
’s Avonds in de manenschijn, schijn, schijn
Met een lekker potje bier, bier, bier
Aan de zwier, zwier, zwier op de rivier, vier, vier
Zo’n reisje met een nieuwerwetse schuit schuit, schuit
Allemaal in de kajuit, juit, juit
’t Is zo deftig, ’t is zo fijn, fijn, fijn
Zo’n reisje langs de Rijn

Bij Mannheim kwam er bliksem het begon te waaien
Mijn tante riep: Het schip vergaat we zijn voor de haaien
Zij vloog naar de commandobrug en riep: Kap’teintje
Beneden in de eerste klas ligt nog mijn beugeltas
Oh kap’tein, maak geen gein, geef me gauw Een slokkie brandewijn

Ja zo’n reisje langs de Rijn, Rijn, Rijn
’s Avonds in de manenschijn, schijn, schijn
Met een lekker potje bier, bier, bier
Aan de zwier, zwier, zwier op de rivier, vier, vier
Zo’n reisje met een nieuwerwetse schuit schuit, schuit
Allemaal in de kajuit, juit, juit
’t Is zo deftig, ’t is zo fijn, fijn, fijn
Zo’n reisje langs de Rijn
© 1899 Oorspr. Berliner Luft uit de operette Frau Luna Tekst en muziek: Paul Lincke 1907. Nederlandse tekst: Louis en Rika Davids