228 Vieze Lieze

Robert Long
Vieze Lieze was haar bijnaam in de stad
Omdat ze altijd van die enge kwalen had
Een lopend oor of een ontsteking
Of een elleboog verweking
Of een hele rits met puisten op haar gat
Vieze Lieze had altijd wat

Ze had een zalfje van de dokter dat naar lisol rook
Om haar kwalen te verhelpen
Ja haar naam was vieze Lieze en die had ze ook
Dus het leed was niet te stelpen
Dat kwam ze moest de kleren dragen van haar oudste zuster Riek
En die droeg nog ondergoed met van dat strakke elastiek
Maar d’r moeder zei je draagt ze maar want strakkies word je ziek
En dan kan ik weer op bezoek gaan tweemaal daags in de kliniek, ja, ja

Vieze Lieze was haar bijnaam in de stad
Omdat ze altijd van die enge kwalen had
Was haar navel niet ontstoken
Was haar kies wel afgebroken
Of haar voeten waren schimmelig en nat
Vieze Lieze had altijd wat

En ook vriendjes of vriendinnetjes die had ze niet
Die bleven op hun hoede
Omdat niemand graag en wrat of zweer of steenpuist ziet
Die dan prompt begint te bloeden
Maar hoe vreemd het ook mag klinken toch kwam Lieze aan een man
Het was een keurig nette jongen en hij heette Willem-Jan
Lieze’s kwalen gingen over want ze dacht er niet meer an
Wel was ze zeer doorlopend zwanger maar dat komt er dikwijls van, ja, ja

Vieze Lieze bleef haar bijnaam in de stad
Omdat ze altijd een positiejurk aan had
Toen de vijfde was geboren
Kon je nummer zes al horen
Ze bewandelde het vruchtbaarheden pad
Vieze Lieze had altijd wat
Vieze Lieze had altijd wat
Vieze Lieze… had altijd wat
© 1974 Tekst en muziek: Robert Long