25 Twee motte

Dorus
Er wonen twee motte in me ouwe jas
En die twee motte die wone d’r pas
Je raakt gewoonweg van je stuk
Als je het ziet, dat pril geluk
Hij vreet me hele jas kapot
Alleen voor haar, die dot van ’n mot
Ik noem haar Charlotte en hem noem ik Bas
Die dotte van motte, in me ouwe jas

Ik voelde me eerst een beetje belaagd
’k Dacht: ’t Is net of ’r wat an me knaagt
Maar toen kreeg ik die gate in de gate
Ik dacht nog even: Hoe heb ’k ’t nou
Maar toen begreep ik ’t al gauw
Ik zag twee motte in die gate zitte prate
Ik greep meteen naar de ddt
Maar daar verwoest je zo’n huwelijk mee
En besloot meteen: Ik zal dat echtpaar daar maar laten

Er wonen twee motte in me ouwe jas
En die twee motte die wone d’r pas
Je raakt gewoonweg van je stuk
Als je het ziet, dat pril geluk
Hij vreet me hele jas kapot
Alleen voor haar, die dot van ’n mot
Ik noem haar Charlotte en hem noem ik Bas
Die dotte van motte, in me ouwe jas

Parlando:
Ik ben een geboren eenzaam mens
Maar dat was me eige wijze wens
Een echtverbond heb ’k steeds kunne verhindre
En al zegge me relaties tege mij
Hè joh, breng toch die jas naar de stomerij
Want dat vod begint al knappies te vermindre
Maar juist zo’n vagebond as ik
Die komt pas reuze in z’n schik
Met zo’n ouwe jas, twee motte en tien mottekindre

Een familie motte woont er in me jas
Ik laat ze ravotte as een kleuterklas
Nou zitte ze bove in me kraag en eten zich een volle maag
Ze vrete me hele jas kapot omdat een mot toch leve mot
Die lieve Charlotte en mottige Bas
Met hun dotte van motte wone in me jas
© 1956 Tekst en muziek: Tom Manders