83 Josefien

Wim Sonneveld
De bakkersdochter van de hoek die mocht zich laten zien
Zij was de sexbom van de buurt en heette Josefien
Ik was nog jong, in vuur en vlam schreef ik haar een sonnet
Maar zo poëtisch was ze niet ze nam de benen met
Een heer in de textiel, in zijn automobiel

Oh Josefien, Josefien, Josefien ik was pas zeventien
Toen heb ik jou Josefien, Josefien voor d’ eerste keer gezien
Mijn moeder vond jou een lellebel
En heel misschien Josefien, Josefien was jij dat wel
Maar jij bracht mij van de wijs en bovendien
Leek de buurt in enen op Parijs
Als jij passeerde, oh Josefien

Maar ach de heer in de textiel die was ook niet je dat
Zij wist diep in haar hart dat zij meer mogelijkheden had
Ze kocht een kaartje naar Parijs en een blote japon
En had al gauw tien rijkelui waar zij uit kiezen kon
Zij koos een miljonair van vijfentachtig jair

Oh Josefien, Josefien, Josefien dat was niet stom gezien
Jij was al gauw in de rouw Josefien met een miljoen of tien
Mijn moeder vond jou een lellebel
Maar koppie koppie Josefien dat had je wel
Liet jij je bij tijd en wijle eens even zien
Gingen alle heren voor de bijl
Nou kun je nagaan, oh Josefien

Ik zag laatst een enorm jacht het was in Saint Tropez
Net reed er een chauffeur voor in een meterslange slee
Ik zag dat de bemanning in de houding sprong en daar
Kwam Josefien naar buiten met een knul met zulk lang haar
Ik zei: Dag Josefien, ken jij mij nog misschien

En toen zei jij Josefien, Josefien: Tja, ik heb jou meer gezien
Voila, bien sur ’et is Wím, ’et is Wím maar niet meer zeventien
Jouw mama vond mij een lellebelle
En entre nous mon petit, mon chou dat ben ik wel
Ik ben liever een lellebel in St. Tropez
Dan een del in Zandvoort aan de Zee
Een beetje koppie koppie koppie kan geen kwaad
Want anders liep ik nou nog in de Kalverstraat
Doe ze de groeten van Josefien
© 1967 Tekst: Friso Wiegersma Muziek: Wim Sonneveld